Vereenvoudiging regelgeving omtrent ketentransacties

17 september 2019 - Anton Peeters

Vereenvoudiging regelgeving omtrent ketentransacties

In de praktijk komt het regelmatig voor dat meerdere partijen bij een levering van goederen zijn betrokken. Zij vormen als het ware een ‘keten’. In de praktijk kan het dan zeer complex zijn om de juiste btw-gevolgen vast te stellen. Middels een nieuwe regeling moet dit nu eenvoudiger worden.

Bijvoorbeeld bij een ABC-levering zijn drie partijen betrokken, waarbij partij A goederen verkoopt aan partij B en partij B deze goederen vervolgens doorverkoopt aan partij C. De goederen worden echter direct vanuit partij A aan partij C geleverd. Beide transacties (A-B en B-C) worden als leveringen voor de omzetbelasting aangemerkt. Indien de drie partijen (bijvoorbeeld) in verschillende EU-lidstaten zijn gevestigd, kan echter maar één transactie als intracommunautaire transactie worden gezien. Op basis van de Europese jurisprudentie, wordt de levering waar het vervoer aan kan worden toegerekend aangemerkt als de intracommunautaire levering (met een intracommunautaire verwerving door de afnemer). De andere levering (die dus niet wordt aangemerkt als intracommunautaire transactie) wordt aangemerkt als een binnenlandse levering (dus ofwel in het land van vertrek, ofwel in het land van aankomst), waarvoor lokale btw in rekening moet worden gebracht.

In de praktijk bestaat er veel discussie over de vraag aan welke schakel het transport nu moet worden toegerekend en is het daardoor vaak niet eenvoudig om de juiste btw-gevolgen vast te stellen.

Voorbeeld

Partij A in Nederland verkoopt goederen aan partij B in België. Partij B verkoopt de goederen vervolgens door aan partij C in Duitsland. De goederen worden rechtstreeks vanuit partij A in Nederland naar partij C in Duitsland vervoerd. Partij B regelt het vervoer.

Op basis van de nieuwe EU-wetgeving, wordt met ingang van 1 januari 2020 de levering A-B in beginsel als intracommunautaire prestatie aangemerkt, indien partij B aan A een btw-identificatienummer verstrekt van een andere EU-lidstaat dan de EU-lidstaat van vertrek. A mag dan het nultarief toepassen (uitgaande van een intracommunautaire levering). Indien partij B een btw-identificatienummer verstrekt uit het land van vertrek (in dit voorbeeld Nederland), dan is de levering A-B een binnenlandse levering in Nederland en dient partij A Nederlandse btw aan partij B in rekening te brengen. In dat geval is de levering B-C een intracommunautaire levering. Kortom, partij A kan de juist btw-gevolgen in feite vaststellen op basis van het btw-identificatienummer van partij B en mag daar in principe op vertrouwen (tenzij er aanwijzingen zijn voor misbruik). Op deze manier verkrijgt partij A dus meer zekerheid over de btw-gevolgen. 

Tot slot

De implementatie van de 4 quick fixes zijn een eerste stap richting de hervorming van het Europese btw-stelsel. Indien u actief bent op het gebied van internationale handel, kunnen de vier quick fixes impact op uw onderneming hebben. Wilt u meer weten over deze wijzigingen, of bent u benieuwd of de quick fixes invloed op uw organisatie hebben? Neem dan gerust contact op met een van onze btw-specialisten. Onze btw-specialisten helpen u graag met het bepalen van de impact op uw onderneming en bij de eventuele implementatie van deze quick fixes in uw onderneming.

 

 

< Terug naar overzicht



Anton

Anton Peeters

Stel uw vraag U ontvangt binnen 24u antwoord