Vereenvoudiging regelgeving omtrent call-off voorraad

17 september 2019 - Martin Kuijpers

Vereenvoudiging regelgeving omtrent call-off voorraad

Met ingang van 1 januari 2020 worden de regels omtrent de zogenoemde call-off voorraad op Europees niveau geharmoniseerd. Voor ondernemers die hiervan gebruik maken, leidt dit tot meer duidelijkheid en zekerheid.

Er is sprake van een call-off voorraad, indien u goederen bij de toekomstige afnemer van de goederen opslaat, maar deze afnemer de goederen pas op een later tijdstip daadwerkelijk bij u afneemt. Ondernemers maken gebruik van een dergelijke call-off voorraad om de levertijden voor afnemers, die op regelmatige basis producten bij hen kopen, in te perken.

Indien de toekomstige afnemer is gevestigd in een andere EU-lidstaat, kwalificeert de overbrenging van de eigen goederen naar de andere lidstaat, op basis van de huidige EU btw-wetgeving, als een belastbare prestatie. Dit kan tot gevolg hebben dat u zich voor btw-doeleinden moet registeren bij de Belastingdienst in de desbetreffende EU-lidstaat en daar btw-aangifte moet doen voor de overbrenging van de eigen goederen en de latere opvolgende levering in de betreffende lidstaat. Er zijn nu weliswaar lidstaten die goedkeuringen kennen om hier op een praktische wijze mee om te gaan, maar de voorwaarden voor deze goedkeuringen verschillen per lidstaat en bovendien kent niet iedere lidstaat een dergelijke goedkeuring.

Met ingang van 1 januari 2020 wordt middels een uniforme regeling voorkomen, dat u zich in een dergelijke situatie moet registeren in de lidstaat van de toekomstige afnemer van de goederen. Deze regeling is verplicht in alle EU-lidstaten.

Voor deze vereenvoudiging gelden de volgende voorwaarden:

  • de toekomstige afnemer is bij u bekend;
  • de toekomstige afnemer is gevestigd in een EU-lidstaat;
  • de goederen worden binnen 12 maanden daadwerkelijk aan de toekomstige afnemer geleverd;
  • u heeft geen vestiging/vaste inrichting in het land van de toekomstige afnemer; en
  • u houdt een register bij van de goederen die u heeft verzonden naar de voorraad.

Als gevolg van deze vereenvoudiging, blijft de overbrenging van de eigen goederen buiten de btw-sfeer. Pas op het moment dat de goederen daadwerkelijk aan de toekomstige afnemer worden geleverd en de goederen dus uit de voorraad worden gehaald, is bij u sprake van een intracommunautaire levering en bij de afnemer van een intracommunautaire verwerving. Op deze manier wordt voorkomen, dat u zich in het land van de toekomstige afnemer moet registreren voor btw-doeleinden en daar btw-aangifte moet doen.

 

< Terug naar overzicht



Martin

Martin Kuijpers

Stel uw vraag U ontvangt binnen 24u antwoord