Uitzendregeling eigen woning | een update

06 november 2020 - Mark Duijker

Een Nederlandse werknemer die door zijn werkgever tijdelijk wordt uitgezonden naar het buitenland, wordt vanwege deze uitzending geconfronteerd met een veelheid aan fiscaal getinte vragen. Een in het oog springende vraag die veel impact kan hebben op de belastingpositie van deze werknemer luidt: Wat is het gevolg van de uitzending op de hypotheekrenteaftrek over mijn eigen woning? En maakt het daarbij uit of uitwonende kinderen gedurende de uitzending van de woning gebruik maken? Met name deze laatste vraag heeft de afgelopen tijd een stortvloed aan rechtspraak teweeggebracht. Hoogste tijd dus voor een update.

Eigenwoningregeling

Als eigen woning kwalificeert een woning die de belastingplichtige of personen die tot zijn huishouden behoren, op basis van eigendom/vruchtgebruik anders dan tijdelijk als hoofdverblijf, ter beschikking staat. Wanneer de woning als eigen woning kwalificeert, betekent dit dat de woning onderdeel gaat uitmaken van het belastbare inkomen uit werk en woning (box 1). Dit leidt ertoe dat de belastingplichtige te maken krijgt met het eigenwoningforfait enerzijds en dat aftrekbare kosten in mindering mogen worden gebracht op het inkomen uit de eigen woning anderzijds. De bekendste en belangrijkste aftrekpost is uiteraard de hypotheekrenteaftrek.

Uitzendregeling

Zonder uitzonderingen zou een woning vanaf de start van de uitzending naar het buitenland niet meer als eigen woning kwalificeren. Deze woning wordt vanaf dat moment namelijk niet meer als hoofdverblijf gebruikt omdat de belastingplichtige in het buitenland verblijft. Dit zou onder andere tot gevolg hebben dat de woning ‘verhuist’ van box 1 naar box 3. Er is dan sprake van een fictieve vervreemding van de eigen woning (waarbij een eigenwoningreserve kan ontstaan), de woning gaat als vermogensbestanddeel tot de heffingsgrondslag van box 3 behoren en de hypotheekrente is niet langer aftrekbaar.

Ter voorkoming hiervan is de zogeheten ‘uitzendregeling’ in het leven geroepen. Een geslaagd beroep op deze regeling zorgt ervoor dat de eigenwoningregeling van toepassing blijft op situaties waarin de woning (die formeel niet langer als hoofdverblijf kwalificeert) wordt aangehouden in verband met een tijdelijke uitzending. Om de uitzendregeling toe te mogen passen, moet worden voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • de woning moet de uitgezonden belastingplichtige direct voorafgaande aan de uitzending gedurende ten minste een jaar als eigen woning ter beschikking hebben gestaan; en

  • het moet gaan om een tijdelijke uitzending; en

  • de belastingplichtige mag samen met zijn partner in de tussentijd geen andere eigen woning hebben; en last but not least

  • de woning mag niet aan derden ter beschikking worden gesteld.

Bij toepassing van de uitzendregeling blijft de renteaftrek in stand. Er geldt wel een verhoogd eigenwoningforfait. Daarnaast wordt de renteaftrek in veel gevallen via een omweg geëffectueerd, met name indien de belastingplichtige in het betreffende kalenderjaar geen in Nederland belaste looninkomsten geniet. In dat geval zal de renteaftrek via verliesverrekening worden gerealiseerd.

In de praktijk leidt met name de voorwaarde dat de woning niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld tot discussie. Wie kwalificeert immers als een derde?

Ter beschikking stellen aan derden

Wanneer de woning tijdens de uitzendperiode door de belastingplichtige ter beschikking wordt gesteld aan derden, kan de uitzendregeling niet worden toegepast. De meest voor de hand liggende manier waarop de woning aan een derde ter beschikking wordt gesteld is de klassieke verhuursituatie. Ter beschikking stellen houdt meestal in dat de woning wordt verhuurd aan derden of door derden wordt gebruikt. Tot deze derden moeten alle personen worden gerekend die niet tot het huishouden van de belastingplichtige behoren. Wordt de woning wel ter beschikking gesteld aan derden, dan is het niet mogelijk om de woning aan te merken als eigen woning. De woning en de bijbehorende schuld verhuizen dan naar box 3.

Als ter beschikking stellen aan derden wordt onder voorwaarden niet aangemerkt:

  • ter beschikking stellen aan kinderen onder de 27 jaar, en

  • bewoning door een ‘kraakwacht’.

Op grond van een specifieke goedkeuring kan de uitzendregeling onder voorwaarden wel worden toegepast als een kind dat tot het huishouden van de belastingplichtige behoort, tijdens (een deel van) de uitzending achterblijft in de woning. Van een kraakwacht is sprake wanneer met een derde is overeengekomen dat hij zorg zal dragen dat de woning niet wordt gekraakt en deze derde, behoudens een beperkte bijdrage in de energiekosten, geen vergoeding hoeft te betalen voor het daarmee gepaard gaande verblijf in de woning en hij de woning zal moeten verlaten zodra de eigenaar dat noodzakelijk acht.

Dat de uitzondering voor kinderen nauw luistert, blijkt uit diverse gerechtelijke uitspraken waarvan het arrest van de Hoge Raad van 23 oktober 2020 voorlopig de meest recente is. In deze casus oordeelde de Hoge Raad dat een uitwonende dochter, die tijdelijk terugkeerde naar de ouderlijke woning (het huis stond immers toch leeg omdat de ouders vanwege de uitzending in het buitenland woonachtig waren), moest worden aangemerkt als een derde.

Enkele wijze lessen naar aanleiding van de thans gewezen jurisprudentie zijn:

  • De (verplichte) BRP inschrijving vormt een directe aanleiding voor de Belastingdienst om de aangiften inkomstenbelasting onder de loep te nemen.

  • Of de kinderen financieel afhankelijk zijn van de ouders doet niet ter zake.

  • Behoorde uw kind tot uw huishouden op het moment dat de uitzending aanving, dan is dit kind geen derde. Het vriendje van uw dochter die tijdelijk in uw huis verblijft is daarentegen wel een derde. Daarmee heeft u een fiscale stok achter de deur om uw schoonzoon in spe voorlopig buiten de deur te houden.

  • Als een woning eenmaal in Box 3 zit, dan blijft deze in Box 3, tot het moment waarop u de woning zelf weer als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Tot slot

Het is van groot belang dat werkgevers en werknemers bij een uitzending naar het buitenland aandacht besteden aan de fiscale en sociaalrechtelijke gevolgen hiervan. De eigen woning is bij uitstek een onderwerp dat in dit verband aandacht verdient. Iedere situatie is immers anders. De Global Mobility specialisten bij Govers beschikken over de benodigde kennis en expertise om de uitzending in goede banen te leiden en onverwachte negatieve gevolgen te voorkomen. Indien u behoefte heeft aan advies over grensoverschrijdende onderwerpen, neem dan gerust contact op met uw Govers contactpersoon.

< Terug naar overzicht



Mark

Mark Duijker

Stel uw vraag U ontvangt binnen 24u antwoord