De fiscale fietsregeling per 2020

26 november 2019 - Mark Duijker

Nieuwe fietsregeling per 2020

Per 1 januari 2020 treedt de nieuwe bijtellingsregeling voor de fiets van de zaak in werking. Indien een werkgever aan een werknemer een fiets ter beschikking stelt, wordt het belaste privévoordeel op grond van de nieuwe regeling op kalenderjaarbasis gesteld op 7% van de consumentenadviesprijs van de (elektrische) fiets. De regeling ziet louter op situaties waarin het eigendom van de fiets aan de zijde van de werkgever blijft en dus niet op de vergoeding of verstrekking van een fiets door de werkgever.

In de praktijk merken wij dat veel werkgevers het op korte termijn invoeren van een fietsregeling overwegen. Mede hierom staan we in deze bijdrage stil bij de voor- en nadelen van de nieuwe regeling. Tevens bespreken we enkele alternatieven welke, afhankelijk van de situatie, mogelijk financieel gunstiger zijn voor zowel de werkgever als de werknemer. In deze bijdrage staan de gevolgen voor de loonheffingen centraal. Wij wijzen erop dat een fietsregeling ook gevolgen kan hebben voor zowel de vennootschapsbelasting als de btw

Voordelen

Een belangrijk voordeel van de regeling is dat het makkelijker wordt om de waarde van het privévoordeel van de fiets vast te stellen. Hiermee is een belangrijke belemmering voor werkgevers om een fiets van de zaak ter beschikking te stellen weggenomen. Verder zijn werknemer en werkgever bij gebruik van de regeling niet langer verplicht om een administratie bij te houden voor de met deze fiets gereden kilometers. Of de werknemer nu zakelijk fietst of privé fietst, de bijtelling is van toepassing. Daarnaast is het mogelijk om de bijtelling aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR).

Nadelen

Een groot nadeel van de nieuwe fietsregeling is dat werknemers geen onbelaste kilometervergoeding meer kunnen krijgen voor zakelijke kilometers (incl. woon-werkverkeer) die met de fiets van de zaak worden afgelegd. Werknemers die bijvoorbeeld op een afstand van 15 kilometer van de werkplek wonen en voorheen met hun eigen fiets en/of auto reden, kunnen hierdoor ruim € 100 per maand aan netto reiskostenvergoeding (max. € 0,19 per kilometer) mislopen als zij overstappen naar een fiets van de zaak. Werknemers met een fiets van de zaak behouden overigens wel het recht op een onbelaste reiskostenvergoeding op het moment dat zij aantoonbaar met een ander vervoersmiddel zoals een eigen auto reizen. De vraag is echter of u als werkgever gaat bijhouden op welke dagen wel en op welke dagen niet met de fiets wordt gereisd.

De diverse administratieve verplichtingen zoals het toezien op het correct toepassen van de bijtelling in de salarisadministratie en invoering van de nieuwe fietsregeling in het bedrijf vormen ook een nadeel van de nieuwe regeling.Ook is het goed denkbaar dat in de praktijk vragen opkomen zoals voor wiens rekening de onderhoudskosten komen, hoe de fiets en de berijder worden verzekerd, hoe de werkgever de fiets boekhoudkundig moet behandelen en wat de gevolgen zijn van diefstal of uitdiensttreding. En in hoeverre bent u als werkgever verantwoordelijk als uw werknemer met een door u ter beschikking gestelde speed pedelec betrokken is bij een verkeersongeval?

Bestaande alternatieven

Hoewel de nieuwe regeling sympathiek te noemen is, menen wij dat reeds bestaande alternatieven in veel gevallen de voorkeur genieten.

Vergoeden van door werknemer aangekochte fiets

Bij voldoende vrije ruimte binnen de WKR kan de werkgever de factuurwaarde van de fiets (inclusief btw) onderbrengen in de vrije ruimte. Dit betekent dat de werknemer de fiets onbelast vergoed kan krijgen. Wordt de vrije ruimte echter overschreden, dan betaalt de werkgever 80% eindheffing over de overschrijding. De werknemer kan in deze variant zijn onbelaste reiskostenvergoeding behouden.

Renteloze lening

Binnen de bestaande wetgeving is het mogelijk om werknemers een (renteloze) lening te verstrekken voor de aanschaf van een fiets. Het eventuele rentevoordeel dat de werknemer geniet is onbelast. De loonbelastingwetgeving kent namelijk een specifieke vrijstelling voor het rentevoordeel dat betrekking heeft op een personeelslening voor de aanschaf van een fiets. Tevens is het mogelijk dat de werknemer de lening aflost door middel van de belastingvrije vergoeding van € 0,19 per zakelijke kilometer. Het is uiteraard belangrijk dat tussen werknemer en werkgever duidelijk afspraken worden gemaakt over het aflossingsschema en wat er gebeurt indien de werknemer tussentijds uit dienst treedt.

Cafetariaregeling

De werkgever kan een zogenoemde ‘cafetariaregeling’ in het leven roepen of een fietsregeling onderbrengen in een reeds bestaande cafetariaregeling. Op grond van een cafetariaregeling kunnen werknemers (mits aan een aantal voorwaarden is voldaan) bruto looncomponenten uitruilen tegen een onbelaste vergoeding of verstrekking van een fiets. De waarde van die fiets (inclusief btw) komt dan wel ten laste van de vrije ruimte binnen de WKR. Het valt daarom, om overschrijding van de vrije ruimte te voorkomen, te overwegen om jaarlijks een maximumbudget vast te stellen of om een gemaximeerd aantal werknemers van de regeling gebruik te laten maken. Een belangrijk voordeel van de cafetariaregeling is dat de werkgever niet met extra kosten wordt geconfronteerd, uiteraard mits van een overschrijding van de vrije ruimte binnen de WKR geen sprake is. De voorwaarden voor toepassing van een cafetariaregeling luisteren nauw. Laat u dus goed adviseren.

Hoe wij u kunnen helpen

Zoals u ziet brengt het invoeren van een fietsregeling de nodige fiscale aandachtspunten met zich mee. Onze specialisten helpen u graag bij het in kaart brengen van de optie die in uw geval het meest passend is, daarbij rekening houdend met de fiscale aspecten en mogelijkheden.

< Terug naar overzicht



Mark

Mark Duijker

Stel uw vraag U ontvangt binnen 24u antwoord