De diensttijdvrijstelling: de onbelaste uitkering of verstrekking bij een diensttijdjubileum

13 augustus 2020 - Mark Duijker

Veel werkgevers hebben in hun arbeidsvoorwaarden opgenomen dat werknemers die een diensttijdjubileum (meestal 25 of 40 jaar) bereiken, recht hebben op een bepaalde uitkering of verstrekking. Het vaststellen van de waarde van deze uitkering of verstrekking is aan de werkgever, maar vaak gaat het om één onbelast maandloon. Zonder een speciale fiscale regeling zou deze uitkering kwalificeren als (belast) loon, te verantwoorden op de loonstrook van de werknemer. De wetgever voorziet echter in een specifieke vrijstelling, die ook wel bekend staat als de ‘diensttijdvrijstelling’.

Wanneer een diensttijduitkering aan alle voorwaarden voldoet, is de diensttijdvrijstelling van toepassing. Het gevolg hiervan is dat de diensttijduitkering niet tot het loon van de werknemer behoort en dus onbelast is. De uitkering hoeft dan ook niet ten laste van het werkkostenbudget van de werkgever te worden gebracht. Er gelden drie voorwaarden:

  • De werknemer is ten minste 25 of 40 jaar in dienst
  • De uitkering is eenmalig
  • De uitkering is niet hoger dan het loon over één maand

Deze voorwaarden luisteren nauw. Hierna lichten wij toe hoe in de praktijk moet worden omgegaan met deze voorwaarden, zodat zekerheid bestaat dat de uitkering daadwerkelijk onbelast mag worden uitbetaald.

Diensttijd

Werknemers kunnen tijdens hun carrière bij een werkgever maximaal twee keer een onbelaste diensttijduitkering ontvangen: de eerste na 25 jaar diensttijd, de tweede na 40 jaar diensttijd. Het vaststellen van de diensttijd kan in sommige gevallen lastig zijn. Een werknemer kan in dienst zijn getreden bij een eenmanszaak, welke in de loop der jaren is uitgegroeid tot een groot concern met meerdere B.V.’s. Formeel heeft hij in die periode meerdere werkgevers gehad, maar materieel is sprake van dezelfde dienstbetrekking. Een ander voorbeeld is dat een werknemer 40 jaar aaneengesloten in de metaalsector heeft gewerkt, waarvan 24 jaar bij werkgever X en aansluitend 16 jaar bij werkgever Y. Hoe moet de diensttijd in deze gevallen worden vastgesteld?

Als hoofdregel geldt dat alleen de diensttijd meetelt die is doorgebracht bij de werkgever die de diensttijduitkering betaalt. Het meetellen van diensttijd bij meerdere werkgevers, zoals in de voorbeelden, kan alleen wanneer dat maatschappelijk gebruikelijk is. Dat houdt in dat tussen de betrokken werkgevers een zodanige verhouding bestaat dat het als normaal moet worden beschouwd dat de laatste werkgever rekening houdt met de diensttijd bij de vorige werkgevers van de werknemer. Dit is onder andere het geval wanneer de werkgevers dezelfde CAO of pensioenregeling hebben (zo blijkt per 2020 ook uit het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst), het werkgevers binnen hetzelfde concern betreft, bij fusies en overnames en bij wijziging van de rechtsvorm van de werkgever. In het voorbeeld van de uitgegroeide eenmanszaak telt voor de werknemer dan ook de hele diensttijd mee. In het tweede voorbeeld zou de werknemer van zijn werkgever Y (los van de overige voorwaarden) tweemaal een onbelaste diensttijduitkering kunnen ontvangen, namelijk bij het bereiken van 25 alsook bij het bereiken van 40 jaar diensttijd.

Een vreemde eend in de bijt bij het vaststellen van de diensttijd is de werknemer die werkzaam is in een seizoensgebonden sector. In sommige branches, waaronder de bouwsector, krijgen werknemers een tijdelijke uitkering in de periode waarin niet wordt gewerkt. De Belastingdienst hanteert het beleid dat deze periode van tijdelijke werkloosheid meetelt voor het bepalen van de diensttijd, indien de werknemer, die de tijdelijke uitkering ontvangt, in die periode niet bij een andere werkgever werkt.

Eenmalig

De diensttijdvrijstelling kan alleen worden toegepast op loon dat eenmaal wordt toegekend en dat het karakter heeft van een diensttijduitkering. Dit betekent dat het niet mogelijk is om de vrijstelling toe te passen op reguliere loonbestanddelen, zoals het vakantiegeld of de dertiende maand. Ook brengt de eenmaligheidseis met zich mee dat het niet is toegestaan om de diensttijdvrijstelling op te delen, door bij het bereiken van het 25-jarige dienstjubileum een half maandloon netto te verstrekken om dat bij het 30-jarige dienstjubileum weer te doen. Wordt de diensttijdvrijstelling echter in zijn geheel niet toegepast na het bereiken van een 25-jarig dienstjubileum, dan heeft de werknemer bij het bereiken van zijn 40-jarige dienstjubileum recht op tweemaal toepassing van de diensttijdvrijstelling. Het niet toepassen van de diensttijdvrijstelling betekent dus niet dat de betrokkenen ‘hun kans verspelen’ als ze deze om wat voor reden dan ook niet toepassen. Wel handig als u na 40 jaar kunt aantonen dat er bij het 25-jarige jubileum geen jubileumuitkering is betaald. Dat zal niet altijd meevallen.

Maandloon

De diensttijdvrijstelling is alleen van toepassing voor zover de waarde van de uitkering of verstrekking het loon over een maand niet overtreft. Het ‘loon over een maand’ wordt voor toepassing van de vrijstelling opgevat als het brutoloon, zonder bijtelling van tantièmes en toevallige bijzondere beloningen en aanspraken. Anders gezegd gaat het om het fiscale loon, vermeerderd met de maandelijkse bijdragen voor:

  • het werknemersaandeel in de pensioenpremie;
  • de werknemersbijdrage voor aanspraken die overeenkomen met aanspraken op WW-, ZW-, WAZO- en WAO/WIA-uitkeringen;
  • de werknemersbijdrage voor aanspraken op uitkeringen bij overlijden of invaliditeit door een ongeval;
  • bedragen die worden ingehouden in plaats van de hierboven genoemde premies en bijdragen;
  • de werknemersbijdrage in de levensloopregeling;
  • 1/12 van de vakantietoeslag; en
  • 1/12 van het jaarbedrag van vaste gegarandeerde bijzondere beloningen, zoals een dertiende maand.

Een meer praktische manier om het bedrag waarop de vrijstelling van toepassing is te berekenen, is door het contractuele bruto jaarloon (dus inclusief het vakantiegeld, dertiende maand en bijtelling voor een auto van de zaak) te delen door twaalf.

Wij kunnen ons goed voorstellen dat het toepassen van de diensttijdvrijstelling tot vragen leidt in de praktijk. Sluit het gehanteerde personeelsbeleid aan bij de voorwaarden van de diensttijdvrijstelling? Hoe moet de diensttijd van de werknemer worden opgeteld? Hoe hoog mag de onbelaste uitkering of verstrekking zijn? En wat te doen met een jubileumuitkering na 12,5 jaar dienstverband? Wij assisteren u graag bij het beantwoorden van deze en soortgelijke vragen. Neemt u hiervoor gerust contact op met uw Govers contactpersoon.

< Terug naar overzicht



Mark

Mark Duijker

Stel uw vraag U ontvangt binnen 24u antwoord