Correctie laatste btw-aangifte van 2019 – Herziening van btw bij (on)roerende zaken

06 januari 2020 - Laura Schonenberg

Voor de aftrek van btw op de aanschaf van onroerende zaken en roerende zaken waarop wordt afgeschreven gelden in principe dezelfde regels. Het verschil is echter dat de investering na het jaar van de eerste ingebruikname nog een aantal boekjaren “gevolgd” wordt voor de omzetbelasting. Voor onroerende zaken geldt een periode van negen jaar na het boekjaar van ingebruikname en voor roerende zaken een periode van vier jaar na het boekjaar van ingebruikname. Gedurende deze periode dient u aan het eind van elk boekjaar te beoordelen of het gebruik in dat jaar leidt tot een andere btw-aftrek dan de aftrek in het boekjaar van ingebruikname. Indien dit het geval is, dient u dit te corrigeren in de laatste btw-aangifte. De grondslag voor de herziening is niet de totale door u betaalde btw, maar 1/10 deel van de btw per jaar bij onroerende zaken en 1/5 deel per jaar bij roerende zaken. De herziening mag achterwege blijven indien de in dat jaar werkelijk voor aftrek in aanmerking komende btw niet meer dan 10% afwijkt van het in het boekjaar van ingebruikname in aftrek gebrachte bedrag aan voorbelasting.

Voorbeeld

U verricht zowel belaste als vrijgestelde prestaties en op 1 januari 2018 heeft u een pand gekocht wat u voor beide werkzaamheden gaat gebruiken. U hebt het pand gekocht voor € 500.000, exclusief
€ 105.000 btw. Uw omzet in het jaar waarin u het pand in gebruik hebt genomen is 60% belast (exclusief btw) en 40% vrijgesteld. U hebt daarom in dat jaar 60% van de btw in aftrek gebracht
(€ 63.000).

In 2019 is uw omzet € 1.100.000, waarvan € 880.000 (exclusief btw) belaste omzet bedraagt. Dit betekent dat u het pand voor 80% gebruikt voor belaste omzet. Dit is een andere verhouding dan in het jaar van ingebruikname (2018). In plaats van 60% had u in dit jaar 80% van de btw mogen aftrekken. Dit wijkt meer af dan 10% waardoor u de laatste btw-aangifte van 2019 moet herzien. Deze herziening bedraagt: 1/10 x € 105.000 = € 10.500 x 20% (80% - 60%) = € 2.100. In uw laatste btw-aangifte van 2019 trekt u € 2.100 extra af als voorbelasting.

< Terug naar overzicht



Laura

Laura Schonenberg

Stel uw vraag U ontvangt binnen 24u antwoord