Recente ontwikkelingen omtrent box 3-heffing

De wijze van heffing over de inkomsten uit sparen en beleggen (box 3) staat al geruime tijd ter discussie. De afgelopen jaren hebben belastingplichtigen de rechtsgeldigheid van deze heffing tot aan de Hoge Raad betwist. Tot dusver heeft de Belastingdienst in de meeste zaken aan het langste eind getrokken. Recente ontwikkelingen lijken voor belastingplichtigen een gunstiger perspectief te bieden.

In tegenstelling tot de belastingheffing in de overige boxen, wordt in box 3 niet geheven over het daadwerkelijk gerealiseerde inkomen, maar over een fictief vastgesteld rendement. Tegen deze heffingssystematiek bestaan veel bezwaren. Deze bezwaren kunnen grofweg worden onderverdeeld in twee categorieën. In de eerste plaats wordt gesteld dat de wijze van heffing in box 3 op regelniveau in strijd is met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast kan in bepaalde gevallen worden gesteld dat de heffing in box 3  in specifieke situaties leidt tot een individuele en buitensporige last.

In het verleden oordeelde de Hoge Raad dat het niet de plaats is van de rechter om in te grijpen ten aanzien van de strijdigheid van box 3 met het eigendomsrecht. Volgens de Hoge Raad was het enkel aan de rechter om in te grijpen in gevallen van een individuele en  buitensporige last. De aanwezigheid van een individuele en buitensporige last wordt echter in het algemeen niet snel aangenomen. 

Ten aanzien van de bezwaren tegen box 3 op regelniveau, heeft de Advocaat-Generaal de Hoge Raad recentelijk geadviseerd te oordelen dat de huidige heffingssystematiek in box 3 in strijd is met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel. Indien de Hoge Raad dit advies volgt, is dat met name goed nieuws voor belastingplichtigen van wie het vermogen voor een groot deel bestaat uit banktegoeden. Indien deze belastingplichten tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting, zouden zij een groot deel van de verschuldigde belasting in box 3 terug kunnen krijgen. Het is overigens nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak zal doen over deze zaken.

Over de vraag of de wijze van heffing in box 3 in strijd is met het eigendomsrecht en/of het gelijkheidsbeginsel, lopen massaal bezwaarprocedures. Het is relatief eenvoudig om aan te sluiten bij een dergelijke massaal bezwaarprocedure. Afhankelijk van de omvang en samenstelling van uw vermogen,  kan het daarom aantrekkelijk zijn om bezwaar te maken tegen uw aanslag inkomstenbelasting. In bijzondere gevallen, is het eveneens aan te raden op individuele gronden bezwaar te maken. Wij helpen u uiteraard graag bij deze afweging. Indien bezwaar tegen de aangifte inkomstenbelasting gewenst is, dient binnen zes weken na ontvangst van de definitieve aanslag een bezwaarschrift te zijn ingediend.

Tot slot

Heeft u vragen over de wijzigingen, of bent u benieuwd naar de mogelijkheden in uw specifieke situatie. Neem dan gerust contact met ons op via onderstaand contactformulier of met uw eigen Govers contactpersoon.



Deel dit bericht:

We werken graag aan uw ondernemersdromen. Wat zijn uw ambities?

Elke succesvolle klantrelatie begint met een persoonlijke kennismaking. Een gesprek over uw ambitie en hoe wij u daarbij kunnen helpen. Laat hieronder uw gegevens achter en we nemen snel contact met u op.